Deze website wordt beheerd door:
Frans Mulder

Sitemap

2017
Griekenland met de camper

Website laten maken door Best4u Group

Over land naar Griekenland (2012, 2013 en 2016)

Toen in 2012 de berichten kwamen dat de maatschappijen die de veerdiensten vanuit Italië naar Griekenland aanboden het moeilijk kregen besloten we weer eens (sinds 1990) over land te gaan en wel onder andere over Albanië, een land dat zo lang niet toegangelijk was.Hieronder zullen we verslag doen van die reis van juli 2012 (en van 2013 en 2016).


Woensdag 11 juli zijn we om 10:30 vertrokken uit Bilthoven. Na een voorspoedige rit door Duitsland, afgezien van een plensbui bij Limburg ad Lahn, kwamen we om 17:00 uur aan in Dettelbach. Dit middeleeuwse plaatsje ligt vlak bij Wurzburg en heeft een mooie camperplek voor 5 €, vlak bij het veerpontje over de Main. In 2013 reden we iets verder door. We stonden toen een nachtje bij Vilshofen aan de Donau, een plaatsje tussen Regensburg en Passau.

Donderdag 12 juli de rest van Duitsland en Oostenrijk "gedaan". Via Regensburg, Passau en Graz. Een mooie en stille weg. Tol: Vignet Oostenrijk 7€, tunnels € 5 en 7,5 €. We staan nu sinds 15 uur op de camperplaats vlak voor de Sloveense grens bij het plaatsje Unterschwarza, "Thomas en Ulli". Mooie plek, kosten 10€, inclusief stroom, douches en entsorgung: http://www.dorfheuriger.eu/ . In 2016 stonden we hier weer, nog steeds een mooie plek en dat voor € 13.

Op 13 juli zijn we om 8 uur vertrokken. Een kwartier later stonden we voor de grens met Slovenië, vignet kost € 15. Aanvankelijk gaat de weg vlot. Voor de grens met Kroatië is de weg nog even 2 baans, maar er is weinig verkeer, dus om 9 uur staan we voor de grens. Het kost 15 minuten om de grens over te komen. We willen vandaag opschieten dus we nemen de A2 tot aan Zagreb (tol 62 Kuna) en vervolgens de A1 helemaal parallel aan de Kroatische kust (339 Kuna). De laatste weg is vooral prachtig, net aangelegd en nauwelijks verkeer. We rijden zonder enig probleem constant 120km/u. Bij een benzinestation wisselen we 20 euro om in Kuna. De tol en de meeste andere zaken kun je met creditcard betalen, maar voor een kopje koffie onderweg is wat los geld handig. We nemen diverse korte pauzes.  In 2013 sloegen we van de snelweg af om twee nachtjes te gaan staan in Zadar, een mooi middeleeuw stadje aan de Dalmatisch kust. We stonden op camping Borik op fietsafstand van de stad.   
In 2016 sloegen we af om naar het mooie stadje Trogir te gaan. Unesco wereld erfgoed. De camping ligt op enkele kilometers van Trogir. Het stadje is per fiets, maar ook met de watertaxi goed bereikbaar.

De mooie snelweg parallel aan de kust van Kroatie stopt abrupt. Vervolgens moet je drie kwartier dalen over smalle weggetjes om bij de kust van Kroatie te komen. Het is wel te doen, maar je moet weer even wennen... Aan de kust aangekomen even de tank volgooien. De diesel is hier € 1,25/l, te betalen met credit card. Weer drie kwartier later passeren we even een klein stukje Bosnië. Dit land heeft bij de Dayton akkoorden bedongen ook een stukje kust te mogen hebben. Na 20 minuten ben je weer in Kroatië. Even twee keer je paspoort laten zien.


Het is dan nog een uurtje naar Dubrovnik. Voor de stad liggen twee enorme cruise schepen. We passeren de stad en zien van bovenaf het mooie middeleeuwse gedeelte. De camping van Dubrovnik (Solitudo) ligt in de stad en het lijkt er op dat we daarvoor flink moeten dalen. We besluiten dit niet te doen en 5 km verder te rijden tot camping Kate. Deze kleine camping ligt aan de weg en kost maar € 14 (camper 2 personen), heeft gratis WiFi en de mogelijkheid per boot naar Dubrovnik te gaan. We besluiten dit te doen. Je daalt via de camping af naar het dorpje beneden, stapt in het bootje en een half uur later vaar je Dubrovnik binnen. Natuurlijk druk en toeristisch, maar voor ons een onvergetelijke belevenis. Wat een mooie stad. We drinken, eten een pizza (als vegetariër moet je wat in zo'n vleesland...) en stappen om 23 uur weer in de boot terug. De klim naar de camping is dan even afzien...... In 2016 staan we wel op camping Solitudo. Eigenlijk heel goed te doen en met de bus ben je in een half uur midden in Dubrovnik. De camping is erg duur (50€) maar heeft ruime plaatsen, met elektra en eigen watervoorziening.

De volgende dag, zaterdag 14 juli, om 9 uur vertrokken. Het is een kilometer of 25 vanaf de camping naar de grens met Montenegro, maar vanwege wegwerkzaamheden zijn een flink aantal kilometers geen asfalt maar wegen met steenslag. (in 2013 is alles geasfalteerd) Uiteindelijk doen we er 40 minuten over. Als we de Kroatische douane zijn gepasseerd volgt een stukje van een kilometer niemandsland. Dan komt de grens met Montenegro. Ze vragen in het Nederlands naast onze paspoorten om de "groene kaart", maar er wordt geen milieubelasting gevraagd zoals op veel plekken is te lezen. Het kost wel 15 minuten om de grens over te komen door de rij auto's.
Montenegro lijkt ons een prachtig land, redelijk welvarend en groen. Na een uurtje komen we bij het mooie meer van Kotor, waar het gelijknamige middeleeuwse stadje aan ligt. We besluiten het meer niet rond te rijden, maar nemen het pontje voor € 9. In 10 minuten staan we aan de overkant.

In 2013 rijden we wel om het meer. De eerste nacht vinden we een overnachtingdplek op een autocamp in het plaatsje Kostanjica voor 15€. De dag daarna rijden we het meer om en trekken een ruim uur uit om Kotor te bezoeken. Zeer de moeite waard dit middeleeuwse stadje dat op de Unesco werelderfgoedlijst staat.  Via Budva, het Zandvoort van voormalig Joegoslavië en daar kunnen we ons nu iets bij voorstellen, rijden we naar Bar. Ons is namelijk aangeraden niet via Podgorica naar Albanië te rijden maar via een zuidelijker grensovergang. Dit omdat de grensovergang bij Hani i Hotit nog zeer slecht zou zijn. Bij Bar rijden we naar Stari Bar in het binnenland. Daar gaan we even verkeerd en komen in het mooie dorpje terecht. We stappen even uit om te kijken. Na gekeerd te zijn komen we terug op de weg. Voor Stari Bar moet je bij een vork-splitsing de rechter afslag met de aanduiding "Old Olive Tree" nemen. De Moskee met twee minaretten blijf je dan aan je linkerhand zien. De weg die nu door het binnenland gaat is smal, maar te doen. Bij het passeren van tegenliggers moet je voorzichtig aan doen en soms even stil staan in de berm. In 2013 nemen we de weg langs de kust via Ulcinj. Deze weg lijkt op de kaart langer maar is iets minder nauw en vrij recent geasfalteerd.
Dit doen we ook in 2016. Dan blijven we ook nog drie nachten staan op de rustige camping "Miami" in Ulcinj (14 € per nacht). Een soort oase in een nogal toeristische omgeving aan een prachtig zandstrand. Leuk om op die manier Montenegro wat beter te leren kennen.

Na Kruta wordt de weg breder. Na Vladimir verandert de weg in een fonkelnieuwe asfaltweg. Die loopt helemaal tot de grens. Daar komen we, het is inmiddels half drie op zaterdagmiddag, in een lange file. Uiteindelijk duurt het bijna een uur voor we de grens (overigens zonder enig probleem) gepasseerd zijn. Naast onze papieren willen ze de autopapieren zien, niet de groene kaart.
Om half vier rijden we Albanië binnen. Het is warm, meer dan 35 graden. Na een half uur (goed op de borden letten, je rijdt er zo voorbij!) komen we aan op camping Albanië. Een Nederlands echtpaar exploiteert daar een fraaie camping. Mooi grasveld, electra, WiFi en zelfs een piepklein zwembadje. Dat alles voor € 12,50. Op hun website leggen ze uit hoe ze daar gekomen zijn: http://www.camping-albania.eu/index.php/newlanguage=nl. 's Avonds kregen we een heerlijke gevulde tomaat, een griekse salade, tzadziki en heerlijke wijn: € 15. De nachten zijn muisstil, maar vroeg in de morgen gaan alle honden, ezels, hanen en andere dieren in de buurt aan de gang. In 2013 en 2016 bezoeken we deze camping opnieuw en worden weer hartelijk ontvangen. Het grote zwembad is klaar. Heerlijk met dit warme weer!
Helaas zijn in 2016 de bezoeken aan de camping met 80% teruiggelopen. Naar eigen zeggen vanwege de verminderde gang naar Griekenland. Hopenlijk trekt het volgend jaar weer wat aan.

Op maandag 16 juli zijn we vroeg van camping Albania vertrokken richting Tirana. Het is iets koeler dan de afgelopen twee dagen. De weg is goed, geasfalteerd en breed. Het verkeer is zoals ons voorspeld: chaotisch, van snelheidsduivels die 120 rijden tot karren met paard en wagen. Allemaal op één weg. Hoe dichter we bij de hoofdstad Tirana komen, hoe chaotischer het wordt. Veel verkeer, maar ook veel mensen die op de straten lopen, overal kraampjes. We besluiten de hoofdstad niet in te gaan maar dat tot een volgende keer te bewaren. In 2013 zijn we dapper en gaan de stad wel in. We hebben daar één nacht gestaan bij Hotel Baron (N 41.29941   E 19.85032 ). Voor  € 17,50, inclusief stroom,  mag je daar staan op de parkeerplaats. Je krijgt de sleutel voor een eigen badkamer en wc in het hotel. Met de bus ben je in een minuut of 20 in de binnenstad van Tirana. Zeer de moeite waard, zeker de combinatie tussen de klassieke pleinen en de bombastische communistische kunst.

Wij gaan in 2012 rechtsaf, richting de havenstad Durres. We worden door de stad meteen linksaf geleid. Langs de zee, al staat er een grote rij flats overal tussen de weg en de zee. We besluiten nog maar even door te rijden. Onderweg kun je overal heerlijke sterke espressokoffie krijgen. We doen dat een stuk of twee keer op dit stuk. Na Fier wordt de weg smaller en gaat het allemaal langzamer. Halverwege de weg naar Vlorë worden we naar een snelweg verwezen. Die staat nog op geen enkele kaart! Het blijkt de A2 in aanleg te zijn, vierbaans, prachtig. Maar helaas zijn er pas twee rijstroken open. Dit betekent nog steeds goed opletten voor autos die proberen in te halen. Dan rijden we Vlorë binnen. Deze stad heeft een bootverbinding met Zuid-Italië, Brindisi en worden daarom wel in verband gebracht met de Maffia. Er rijden opvallen veel (nieuw) Mercedessen rond. De hele havenstad ziet er welvarender uit....Ten zuiden veel strand en eettentjes. Wij stoppen er bij eentje met een mooi klein grasveldje, we eten wat en zwemmen. Eindelijk de zee! Als we verder rijden betrekt het en begint het te waaien. Donkere wolken ook in de bergen die we nog over moeten. Dan komen we langs een bordje met "camping Dion"(N40 20.553 E19 28.775). Wij hadden hem niet op ons lijstje staan en dat klopt, ook dit is niet meer dan een grasveldje. Meteen komt er een jongen naar ons toe en vertelt dat we hier voor 10 € kunnen staan, inclusief stroom. We besluiten dit te doen.

Dinsdag 17 juli rijden we verder. Na een kwartier begint de Logara pas. Door een prachtig natuurgebied, waar nog beren en wolven schijnen voor te komen, slingert de weg omhoog. Soms meer dan 10%, maar de weg is goed en breed. Op 1020 meter is het pashoogte en dan begint de afdaling. Daar is de natuur veel kaler en de afdaling is spectaculair, het uitzicht op de blauwe zee prachtig. Je ziet de weg ver onder je kronkelen. Het is te doen, maar hoogtevrees helpt je niet echt. Na een uur zijn we beneden, toch blij dat het er op zit. Een kopje koffie...
De weg gaat verder parallel aan de kust, maar nog wel in de bergen. In Himarë stoppen we. Daar is een kleine camping, eigenlijk vooral voor tenten. Aan de zijkant is onder olijfbomen een stuk met twee terrassen voor campers. We staan er alleen, veel schaduw, elektra (doet het soms een uurtje niet), WiFi, soms een beetje water. De straat oversteken brengt je bij het mooie strand. Naast het strand een tentje met opschriften in het Grieks: OUZERI. Hier houden we het wel een paar dagen uit.

Donderdag 19 juli zijn we weer vertrokken uit Himare en verder de Albanese Riviera afgezakt. Het is inderdaad een prachtige en indrukwekkende kust, met af en toe wat dorpjes. Soms gaat de weg vlak langs de zee, soms gaat ie even de bergen in. Na ongeveer anderhalf uur waren we in Sarande, een voor Albanese begrippen toeristische haven, waar o.a. boten naar Korfoe vertrekken. Daar hebben we uitgebreid boodschappen gedaan. De prijzen van alles verbazen ons telkens weer. Het is het beste vergelijkbaar met Griekenland 20 jaar geleden.
Vanaf Sarande zijn we nog een eindje doorgereden. Ze zijn daar druk bezig de weg helemaal opnieuw te asfalteren. Uiteindelijk kwamen we in het dorpje Ksamil. Toen we ergens stopten kwam er een auto naast ons staan die in het Engels vroeg of we een camping zochten. Hij zou wel voor rijden en we konden het makkelijk bereiken. Een prachtige baai met zowaar een grasveld waar we konden staan een taverna met w.c. en een kraan voor water. Het grasveld moeten we wel delen met één andere camper, een paard en twee koeien. Bij het strand staan ligbedden en het ligt aan en prachtige baai: Paradise Beach. We konden er staan voor 7 euro zei hij. Een echt paradijs. We bleven hier uiteindelijk drie nachten.

Opvallend is dat iedereen in dit gebied naast Albanees ook Grieks spreekt en dat graag lijkt te doen.
Omdat iedereen ons vertelde dat de weg naar het zuiden naar Griekenland goed en geasfalteerd was hebben we die op zondag 22 juli genomen. Na 25 minuten waren we inderdaad via een goede weg bij de opgravingen in Butrint. We besloten die voor dit jaar alleen van afstand te bekijken en gingen naar het miniveerpontje om het gelijknamige kanaal over te steken. Men zei eerst dat dat 1 euro kostte, maar toen we er eenmaal op stonden en ze nog eens goed naar de camper keken werden dat er 5. Nou ja, veel meer dan onze camper kon er ook niet op.
De weg werd nu steeds slechter, onverhard en met veel kuilen, dat werd dus een half uurtje ploeteren. Tot we ineens bij het dorpje Shkalies een spiksplinternieuwe snelweg kruisten. Deze weg staat nog op geen enkele kaart en blijkt een brede geasfalteerde nieuwe weg te zijn die (waarschijnlijk ongeveer vanaf vanaf Sarande) naar de Griekse grens voert. Volgende keer dus even vanaf Ksamil terugrijden en deze weg nemen zeiden we tegen elkaar.
Bij de grens van Konispol staan we uiteindelijk bijna een half uur. Het meeste oponthoud geeft een colonne Albanese auto's die met voorrang behandeld moet worden. We zijn om 10:00 uur in Griekenland aangekomen, na een reis van 2470 kilometer.